Heerlen en Utrecht nog enige twee onderzoekscentra van Open Universiteit

Om beter aan te sluiten op haar huidige onderwijs en onderzoek wil de Open Universiteit haar vestigingsbeleid dat stamt uit de jaren ‘80 veranderen.

Het wetenschappelijk personeel zal in de toekomst niet meer over 15 locaties in Nederland verspreid zijn, maar voor het onderzoek geconcentreerd worden in Heerlen en Utrecht. De onderwijsactiviteiten en de tentamens vinden plaats zo dicht mogelijk bij de studenten, in minstens 10 locaties verspreid over Nederland. De huidige studiecentra zullen afgebouwd worden, het bestuurlijk-administratieve centrum blijft in Heerlen. Het College van bestuur van de Open Universiteit gaat met de medezeggenschap in gesprek over dit voorstel voor een nieuw vestigingsbeleid. De implementatie zal ongeveer 3 jaar vergen.

Proces

Als instelling voor afstandsonderwijs maakt de Open Universiteit intensief gebruik van de mogelijkheden van internet. Steeds meer onderwijsactiviteiten vinden in digitale vorm plaats, en dat heeft impact op de functie van de huidige studiecentra. Ook de versterking van het onderzoek stelt andere eisen aan de aanwezigheid van de Open Universiteit in Nederland. Daarom is in 2013 en 2014 al een eerste verkenning gedaan naar wat in de toekomst belangrijk is bij de vormgeving van de vestigingen in het land. Uiteindelijk zijn in de herfst van 2015 de geformuleerde uitgangspunten getoetst en voorgelegd aan medewerkers en studenten.
De verwerking van de reacties heeft geleid tot een plan dat op 26 januari 2016 is behandeld door het College van bestuur. Daarna zijn de medewerkers en studenten geïnformeerd. Als volgende stap wil het bestuur overleg voeren met de Ondernemingsraad en Studentenraad.

Hoofdlijnen nieuw vestigingsbeleid

Voor het nieuwe vestigingsbeleid van de Open Universiteit wordt een onderscheid gemaakt tussen uitgangspunten voor onderzoek en voor onderwijs. Het doen van onderzoek vraagt om concentratie en ‘academische massa’. Onderzoek zal daarom op twee vestigingen van de Open Universiteit plaatsvinden, namelijk in Heerlen en Utrecht.

Bij het geven van onderwijs staat flexibiliteit, spreiding over het land en bereikbaarheid voorop; de reistijd voor studenten is een belangrijke factor. Bijeenkomsten en tentamens worden dicht bij de studenten en verspreid over het land georganiseerd, daar waar de (verwachte) vraag is. Waar nodig huurt de OU ruimtes en is op minimaal tien locaties in Nederland herkenbaar aanwezig. In de toekomst zal de OU geen ‘eigen’ vestigingen in het land meer hebben, behalve in Heerlen en Utrecht. Alle huidige studiecentra worden op termijn afgebouwd.

Inschatting is dat de implementatie van het nieuwe vestigingsbeleid ongeveer 3 jaar vergt. In het komende academisch jaar 2016-2017 worden de geroosterde activiteiten volgens planning uitgevoerd.

Reacties