Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties grijpt niet in bij de door de Provincie ingezette herindelingsprocedure van Landgraaf en Heerlen.
Het nieuwe college van B&W van Landgraaf had de bewindsman gevraagd die zogenaamde Ahri-procedure te beëindigen, omdat deze onrechtmatig zou zijn.
Doorkruising politiek-bestuurlijk proces niet wenselijk
Plasterk gaat niet mee in die gedachtegang. In een brief aan het advocatenkantoor dat namens de gemeente Landgraaf het beëindigingsverzoek bij de minister had ingediend, laat hij weten geen gevolg te geven aan dat verzoek.
De herindelingsprocedure, die Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg (GS) rechtmatig is begonnen, moet nog doorlopen worden.
Het oordeel van Plasterk in deze procedure is pas aan de orde nádat er een positief besluit van GS is over de herindeling van Heerlen – Landgraaf en ook de Provinciale Staten van Limburg met het herindelingsadvies hebben ingestemd.
Plasterk “acht het niet wenselijk dat via een instrument als vernietiging wordt getracht een dergelijk politiek-bestuurlijk proces te doorkruisen. Niet voor niets is in de parlementaire geschiedenis rond de Wet arhi gesteld dat tussenstappen die genomen worden op weg naar een herindelingswet niet bestuursrechtelijk aangevochten kunnen worden.”
Plasterk wijst er ook op dat tegen deze afwijzing van het Landgraafse verzoek “geen beroep en daarom ook geen bezwaar open staat”.
Zienswijze gemeente Landgraaf
De gemeenteraad van Landgraaf krijgt in de procedure de gelegenheid om na een eventueel positief besluit door GS haar zienswijze in te dienen.
Gedeputeerde Staten zullen die zienswijze vervolgens verwerken in hun herindelingsadvies.
Daarna beslissen de Provinciale Staten van de provincie Limburg of zij instemmen met het eventuele herindelingsadvies.