Interview met Bas Schoonderwoerd

Foto: Heerlen.Nieuws.nl/Hein Smith

“Het theater is welhaast de laatst overgebleven plek in de westerse wereld waar we nog in alle rust en met respect ‘live’ naar elkaar luisteren. Dat moeten we koesteren!”
Bas Schoonderwoerd, directeur Parkstad Limburg Theaters.

Wie is Bas Schoonderwoerd?

“Mijn wiegje stond 54 jaar geleden in Haastrecht, in de driehoek Utrecht – Rotterdam – Den Haag tegen Gouda aan en in de Krimpenerwaard. Ik ben gehuwd met Maaike en samen hebben wij twee fantastische kinderen. Alexander is 23 jaar, en studeert in Eindhoven technische bedrijfskunde. En onze dochter Kimberley van 21 jaar studeert in Tilburg fiscale economie.
Ik ben een ‘Parkstadter’ en woon in Heerlen, dus ook weer binnen een driehoek Maastricht -Sittard/Geleen – Parkstad.”

Opleidingen?

“Na mijn HBS-jaren heb ik een financieel administratieve / economische opleiding op HBO genoten en daarna heb ik een post-HBO studie ‘cultureel ondernemen’ gedaan.”

Uw maatschappelijke loopbaan?

“Ik werkte bij een accountantskantoor in Gouda en werd via hen ‘uitgeleend’ aan de Schouwburg Gouda. Al heel snel benaderde de directeur van het theater mij met de vraag of ik niet bij hun in dienst wilde komen. Dat heb ik gedaan, en werd vrijwel onmiddellijk bevangen door het theater-virus. Binnen niet al te lange tijd behoorde ook het programmeren van theatervoorstellingen en films tot mijn taken.
Na een jaar of wat vroegen ze mij om directeur te worden van de Streekschouwburg Cuijk; hét cultureel centrum van die hele regio aldaar. Een mooi theater met een filmhuis, en een onder mijn leiding ontwikkelde kunstuitleen Noord-Oost Brabant. Ook ben ik er, met hulp van veel vrijwilligers, een grote straattheaterfestivaltraditie begonnen. Daarnaast groeide de programmering en de bezoekersaantallen sterk, en werd er een heus professioneel orkest in het theater gehuisvest. Ik kan dan ook wel zeggen dat ik in Cuijk het ‘handwerk’ tot een diep in de gemeenschap geworteld theaterleven heb geleerd.
Na acht jaar verleidde de gemeente Tiel mij met hun heerlijke Agnietenhof Theater. Al snel volgde een aanbod van de gemeente Heerlen, maar daar ben ik toen niet op in gegaan, want ik had het geweldig naar mijn zin in Tiel.
Heel veel telefoontjes later kreeg ik het verzoek om in Heerlen, voor een commissie bestaande uit onder andere raadsleden, wethouders, ambtenaren en anderen, een toelichting te geven over mijn werkwijze in Gouda, Cuijk en Tiel. Het werd een leuk gesprek annex discussie. Ik vond het leuk om over mijn vak te mogen praten en te discussiëren. Bovenal bleek het een gesprek, waaraan maar liefst vier wethouders deelnamen. Mensen die vooral het theater een groot belang toedichtten voor hun stad en regio. Achteraf bleek dit toch een sollicitatiegesprek en werd ik uitgenodigd voor een tweede gesprek waarin ik definitief overtuigd werd om deze enorme uitdaging aan te gaan.
Drie weken na dat gesprek, in oktober 1994, ben ik één dag per week in Heerlen komen werken. Ik kon Tiel namelijk niet meteen helemaal in de steek laten. Mijn eerste daad in Heerlen was een handtekening zetten onder de oprichtingsakte van Theater NV. Het theater werd namelijk uit de gemeentelijke organisatie gehaald en verzelfstandigd. Eerst betrof dat alleen Heerlen, maar later werd daar op verzoek van de gemeente Kerkrade het Theater Kerkrade aan toegevoegd. Beide theaters stonden er destijds slecht voor, hadden maar geringe belangstelling. Ze waren toen blijkbaar ook maar voor een klein deel van de bevolking bedoeld! Die mening deelde ik helemaal niet, dat moest veranderen! In het begin heb ik in Kerkrade samen met burgemeester Thijs Wöltgens en wethouder Hans Bosch hard moeten werken om de angst weg te nemen bij de inwoners van Kerkrade dat wij het theater (het toenmalige Wijngrachttheater) zouden willen sluiten en alles naar Heerlen wilden gaan halen. Niets was echter minder waar. Het was ons te doen om een dynamisch en intensief theaterleven voor alle inwoners in de hele regio te creëren. Met name óók in Kerkrade! Nu weten we dat het ook goed is gebleken dat beide theaters zijn doorgegaan. De bezoekersaantallen van Theater Kerkrade zijn zelfs verviervoudigd, en het theater wordt momenteel zelfs voorbereid om ook een actief leven te kunnen leiden in de 21e eeuw. Het zal in september 2017 geheel zijn verbouwd en onderdeel uitmaken van een nieuw dynamisch en kleurrijk cultuurcluster. Het blijft daarbij ongetwijfeld groeien en blijvende bijdragen leveren die ‘stad en regio vooruit helpen’. Ook Theater Heerlen draagt daar haar steentje aan bij, en vertoont sinds de fusie van beide theaters in 1998 een sterk stijgende lijn.”

SchoonderwoerdUw begin in Heerlen?

“Dan is wel grappig. Toen maakte ik meteen kennis met het warme gevoel van de Limburgers. Nog op dezelfde dag waarop mijn benoeming in de krant stond kreeg ik een telefoontje van tante Ditje uit Eygelshoven, die ik nog maar nauwelijks kende. Zij belde mij met de woorden “Jij gaat niet in een hotel wonen maar jij komt bij ons, punt!” Dus mijn eerste woonplaats in Limburg was Eygelshoven. Ik heb me daar negen maanden lang erg goed thuis gevoeld, en als ik er nu nog kom voelt het als een beetje thuis!”

Maar wat trof u aan in Heerlen toen u begon?

“Achteraf denk ik dat ik de regio ben binnengekomen in het diepste dal van haar ontwikkeling. Met name in de laatste 5 jaar van de vorige eeuw hadden we in Heerlen onder andere te maken met veel ‘verloren’ inwoners: junks en daklozen, en er was een groot gebrek aan veiligheid. Bovenal geloofden de inwoners niet meer in hun eigen stad. Men sprak daarbij ook slecht over de eigen stad! Maar als de inwoners van stad zélf al niet meer in hun stad geloven, denk je dan dat anderen dat nog wel zullen doen? De aantrekkelijkheid van een stad wordt bovenal gedragen door haar gevoel van eigenwaarde en haar identiteit. Dat was er niet meer. Het was een uiterst trieste situatie! Daar moest aan gewerkt worden, en dat begint dus bij haar cultuur… Dat samenspel van wie je bent en hoe je je gedraagt. Hoe je je verhoudt tot de ander en het verleden. Bovenal hoe je de toekomst verbeeldt!”

En toen?

“Het draagvlak voor het willen investeren in de eigen cultuur was er al in de stad. Dat bleek wel uit eerdergenoemd gesprek met de commissie die mij verleidde naar deze stad te komen. Vanaf 1995 is Theater Heerlen, en vanaf 1998 ook Theater Kerkrade, een weg omhoog ingeslagen. In 2003 leverden we onder leiding van Chris van de Wulf, toenmalig directeur van wat nu Nedcar is, het visiedocument ‘Op hete Kolen’, waarbij we de urgentie tot een sterke en gezamenlijke samenwerking nog eens neerlegden. Op heel veel terreinen is inmiddels verbetering zichtbaar. Alleen blijft daarbij de bestuurlijke inrichting achter. Of zoals Frans Timmermans het bij de opening van het ‘Jaar van de Mijnen’ in 2015 zo mooi verwoordde: “De bestuurlijke inrichting van deze regio was ten tijde van de hoogtijdagen van de mijnen optimaal, maar ze is in datzelfde bestuurlijk harnas blijven steken.”
Met de ‘Operatie Hartslag’ greep Heerlen in ieder geval adequaat in. Waarbij de drieslag van opvang van ‘verloren’ inwoners (zorg én harde aanpak), werken aan grotere veiligheid op straat én investeren in de cultuur een gouden greep bleek. Die eerste twee leverden, met het plaatsen van veel camera’s en opzetten van een uitgebreid opvangnet, relatief snel resultaat op. Voor een echte ‘cultuurverandering’ is natuurlijk langere tijd nodig, tientallen jaren zelfs. Of zoals een oud gezegde zegt: “cultuur komt te voet, maar gaat te paard.”

  • Het ‘kerktorendenken’ is daarbij van groot belang, maar moet wel passen in het grotere geheel. Onze kinderen en kleinkinderen zijn, meer dan wij ooit waren, echt ook onderdeel van die grotere wereld om hen heen!

“Ook is grotere slagkracht nodig om er voor de gehele regio vaart aan te geven. Naast Heerlen doet ook de gemeente Kerkrade ontzettend haar best, maar er blijft toch onvoldoende slagkracht om het voor de gehele regio snel en goed te doen. Gemiste slagkracht als gevolg van een minimaal gezamenlijk optreden op een niveau van een stad van 250.000 inwoners (de zesde stad van Nederland), want dat is Parkstad écht. Daardoor missen we ook aandacht en vele miljoenen Rijksbijdragen per jaar! De kwaliteit om de eigen cultuur op straat-, wijk-, dorps-, stads- en regio-niveau te behouden en te voeden vraagt vandaag de dag écht grotere bestuurlijke slagkracht. Het ‘kerktorendenken’ is daarbij van groot belang, maar moet wel passen in het grotere geheel. Onze kinderen en kleinkinderen zijn, meer dan wij ooit waren, echt ook onderdeel van die grotere wereld om hen heen!
Ondanks dat gebrek aan regionale bestuurskracht gaat het, weliswaar langzamer dan gewenst, toch de goede kant op. In 2003 deed de gemeente Kerkrade de eerste grote investeringen in haar Theater Kerkrade. Het theater werd klaargestoomd om als opvang te dienen voor de gehele Parkstad omdat Theater Heerlen dicht ging voor een grootschalige revitalisatie. De Nieuwe Nor, Schunck*, Het Cultuurhuis en de RODAhal werden ge- en heropend. Theater Heerlen werd vier jaar later in 2007 heropend en de échte weg omhoog zette zich in. Ondanks economische en financiële crises in de gehele wereld en in tegenstelling tot grote neergang van theaterleven elders, werd in Parkstad Limburg jaar in jaar uit kwaliteitsverbetering én groei genoteerd. Met de ‘Parkstedelijke Culturele Lente’, want zo noemden velen het, kwam voorzichtig weer een geloof in eigen kunnen en een geloof in de eigen stad op gang. Die aantrekkelijkheid blijkt ook uit de steeds grotere getalen bezoekers van steeds verder weg, en de trotse tijden van voor de mijnsluiting lijken weer terug te keren.”

Dus?

“Zijn wij de uitdaging jaren geleden aangegaan. Een stad is altijd cultuur, want juist in haar betekenisvolle ontmoetingen ligt haar basis. Kijk waar we nu staan met Parkstad Limburg Theaters Heerlen en Kerkrade, maar ook met de Nieuwe Nor of het Cultuurhuis. Zij maken allemaal deel uit van de steeds levendigere cultuur. Wij hebben zelfs weer het best lopende theater van Limburg!”

Door de programma’s?

“Ook. Wij zijn allemaal onderdeel van de wijk, het dorp, maar leven ook in die stad en die regio, die ook onderdeel zijn van die grote wereld die steeds meer vervlochten raakt. We hebben dus ook meer en meer te maken met die mondialisering. Met het theater proberen we daarom ook te verbinden. Daarom ook laten wij het publiek door de programma’s ruiken aan allerlei kanten. Wij zijn een bewuste plek in de regio en moeten zorgen dat de mensen bijvoorbeeld naar het erg internationale Nederlands Dans Theater kunnen komen kijken, maar ook naar het Streektheater en Volkstoneel; het dialect theater. Wij willen zeer zeker niet het aanbod uit eigen regio vergeten. Integendeel, dat is ook sterk gegroeid! Met onze programmering hopen wij de mensen te bereiken die op zoek zijn naar die wereld. Daarom zijn wij ook zo blij met de diversiteit van onze programma’s. En dat slaat aan, zo zien we aan de stijgende bezoekersaantallen. Dat wij een uiteenlopende mix hebben blijkt ook uit de ‘Southern Blues Night’, met veel top artiesten maar ook veel bluesliefhebbers. Ik durf gerust te stellen dat wij een eilandje zijn in de wereld van de blues. Maar ook huisvesten we het IBE, we kennen de serie ‘TopKlassiek’ naast de eigen Philharmonie Zuid Nederland. We doen ‘De Verleiders’, de toneelvoorstelling, maar zijn ook kerntheater voor Het Nationaal Toneel. Alle Nederlandstalige cabaretiers (en een enkele Engels sprekende) weten in de Parkstad hun Limburgse basis, maar ook treffen de internationale musicals hier een goede voedingsbodem.”

Samenwerking

“Of neem ‘schrit_tmacher just dance’, ankerpunt voor de moderne dans, van de wereld maar ook voor deze stad. En zo kan ik nog vele voorbeelden noemen. En weet dat die interesse hiervoor uit deze gemeenschap komt.
Ook leuk om te vertellen is onze samenwerking met Toneelgroep Maastricht dat sinds 2015 onder leiding staat van Servé Hermans en Michel Sluysmans. Zij hebben in warme samenwerking met ons een stuk over Pinkpop uitgewerkt en dat gaat medio april in première in Venlo, toert door Nederland en is daarna meerdaags te zien in ons theater. De Limburgers Huub Stapel, Rowwen Hèze, Suzanne Seegers en Michel Sluysmans spelen er allemaal in mee en toch is het ook onderdeel van de Nederlandse Basis Infra Structuur.
Mijn mening is: onze cultuur is ook het oudste meerdaagse popfestival ter wereld willen herbergen én te omarmen!”

Oogsten

U heeft een mooie staat van dienst, dit wordt mede bevestigd door uw vele onderscheidingen. 1990 ‘Bronzen Leeuw’, gemeente Cuijk; 2005 ‘Parkstad Limburg Economy Award’; 2006 ‘Zachte G’ van de provincie Limburg; 2009 ‘Ridder in de Orde van Oranje Nassau’; 2013 ‘Euriade Erespeld in zilver’…
“Weet je, ik mag oogsten. Maar ik weet me gesteund door een enorm goed team en niet te vergeten door de grote groep vrijwilligers om ons heen. Zij geloven allemaal in deze missie. Maar ook de bezoekers geloven hier in. Er is juist hier een ongelooflijke honger naar de cultuur van het heden. Ik ben enorm trots en blij dat ik dit als directeur mag leiden. Ja, en ik mag oogsten, maar het totale team, de vrijwilligers en onze bezoekers, zij zijn het die het doen! Het een kan niet zonder het ander. Dus ook heel belangrijk is de samenwerking met de gemeentes. Neem de gemeenteraad van Heerlen; zij besloten tot een van de grootste investeringen in de stad: de revitalisatie van het theater. Bij de behandeling van dat investeringsbesluit was er sprake van een unanieme gemeenteraad, en ook de jaren daarna bleven ze de cultuur steunen. Mijn stelling is daarom dan ook dat we een grote verantwoordelijkheid dragen. Parkstad Limburg Theaters moet er hard aan blijven werken om de stad vooruit te helpen en om de stad ook haar geloof in eigen kwaliteit terug te laten krijgen!”

En dan de vragen van …..

Karakter?

Ik ben een mensen-mens.

Levensmotto?

Al heel jong bedacht ik me, het leven te willen doorgeven in met name haar cultuur in de ruimste zin van het woord.

Bewondering voor?

Jan Raes, directeur van het Koninklijk Concertgebouw Orkest Amsterdam.

Spijt van?

Teveel op het theater en veel te weinig thuis geweest. Van het thuisfront heb ik wel enorm veel steun gehad.

Angst voor?

Nergens!!

Hobby’s?

Theater, ik zie mij zelf als een omnivoor in theaterland. Ik hou van nagenoeg alle theatervormen.

Ambities?

Het belangrijkste is dat alles wat na vele jaren weer en met veel moeite is hersteld, het fundament mag blijven van een duurzame stad en dat het die stad nog lang vooruit zal blijven helpen.

Ultieme doelstelling?

Een dynamische, innovatieve, open en warme (theater)stad waarin iedereen zich welkom weet.

Slechte eigenschap?

Lachend, dat ik af en toe nagels bijt.

Schouwburgbezoek, boek of film?

Met stip: schouwburg!

Avondje stappen of etentje?

Etentje, ik was apetrots toen de Parkstedelijke ‘De Leuf’ haar eerste ster kreeg (dit interview vond plaats vóórdat ook het Heerlense restaurant ‘Cucina del Mondo’ de eerste Michelinster kreeg, red.)

Bier, water of wijntje?

Wijntje.

Wie zijn uw voorbeelden?

The South Bank Theatres Londen, de ‘officiële’ en ‘inofficiële’ cultuursamensmelters.

Krijg inspiratie van?

De stad.

Wat zou u absoluut nog eens willen doen?

War Horse maken!

Kerstmis?

Thuis met mijn familie, wij hebben een traditie om met vrienden de Kerstnacht door te brengen, met ons gezinnetje de eerste kerstdag, en op de tweede kerstdag bezoek aan opa en oma brengen, een gezamenlijk bezoek aan een mooie voorstelling met een afsluitend etentje.

Tot slot, waar zien wij u over 10 jaar?

In Parkstad.

Wij maakten kennis met een man die vol passie en enthousiasme praat over de Parkstad Limburg Theaters, over Parkstad, over de cultuur, over zijn stad en over zijn werk. Maar vooral over zijn familie, medewerkers, vrijwilligers en bezoekers.
Dus ja, het klopt: Bas Schoonderwoerd is een echt mensen-mens.

Tekst en interview: Hein Smith

Reacties